Cassettecultuur? De meeste mensen zien het cassettebandje gewoon als een muziekdrager. Net zoals de elpee of cd, maar dan met ruis – en zeker geen cultuur. Wat velen echter niet (meer) weten is dat de waarde van het bandje toch écht anders is. Meer nog dan recente innovaties als de iPod, Napster en Spotify heeft het cassettebandje de muziekgeschiedenis geëmancipeerd.
Gesteund door Podiumkunst.net hebben Muziekweb.nl, Allard Pierson, Concertzender en Diggin’ Demos delen van hun collecties en passie voor muziekgeschiedenis bijeengebracht om Nederland kennis te laten maken met dit vergeten muzikale erfgoed!
Nederlands-Belgische uitvinding

De compacte muziekcassette werd tussen 1961 en 1963 ontwikkeld door het team van Groninger Lou Ottens, met o.a. Gilbert Mestdagh, in de Philipsfabriek te Hasselt (België). De eerste generatie cassettebandjes en de daarbij horende spelers waren van een lage kwaliteit en mono. Puur bedoeld voor het opnemen van de stem. Met de jaren werd de kwaliteit steeds meer verbeterd en eind jaren zeventig werd het zelfs mogelijk én betaalbaar om thuis of in het oefenhok – op meerdere sporen en in stereo – muziek op te nemen en deze te kopiëren.
Muziekwereld op z’n kop
Tot die jaren bepaalden radio en commerciële platenlabels hoe je naar muziek luisterde en wélke muziek je – wanneer – kon horen. Maar met de opkomst van de recorders en muziekcassettes konden muzikanten voor het eerst helemaal zélf bepalen welke muziek ze de wereld wilden laten horen. Dat zijn we Do It Yourself (DIY) gaan noemen. Het had ook zijn effect op luisteraars. Zij kwamen niet alleen met meer (alternatieve) muziek in contact; ook zij konden ineens alles zelf bepalen. Muziek opnemen van de radio, een eigen mixtape maken en weggeven. Een normale muziekliefhebber kon zo zélf smaakmaker zijn!
Cassettecultuur
De meeste (groepen) muzikanten, die DIY gingen opnemen, maakten zogenaamde demotapes. Zij hadden de droom opgepikt te worden door muziekpodia of platenlabels. Een speciale stroming kunstzinnige muzikanten werkte vanuit de huiskamer en noemde zich hometaper of zelftaper; voorlopers van de hedendaagse producers. De distributie van hun muziek via nieuwe kanalen – juist helemaal los van de bestaande platenlabels en meestal in hele kleine oplagen – stuwde de scene op tot een heuse ‘cassetteculture’. Men wisselde muziek met elkaar uit via wereldwijde postnetwerken, richtte kleine cassettelabels op en er verschenen zelfs speciale winkels geënt op deze uiterst creatieve en levendige stroming. De muziek van deze scene begeeft zich in het experimentele spectrum tussen avant-garde en popmuziek en benut volop de mogelijkheden van nieuwe elektronische apparatuur en instrumenten, zoals de synthesizer.
De Radiola Improvisatie Salon
Een belangrijke katalysator voor de Nederlandse cassettecultuur was De Radiola Improvisatie Salon: een VPRO-radioprogramma van Fluxus kunstenaar Willem de Ridder. Tussen 1978 en 1984 nodigde hij zijn toehoorders uit om cassettes in te sturen met muziek en improvisaties. De ingezonden tapes werden vooraf niet beluisterd. Het radiopubliek kon horen dat De Ridder de post live in de uitzending opende en ongehoord afspeelde! Elke vorm van selectie, censuur of persoonlijke smaak was dus uitgesloten. Hij snapte – lang voordat Facebook en TikTok dat principe begonnen te exploiteren – dat het aanbieden van een platform creativiteit uitlokt. De scheidslijn tussen muziekconsument en -producent werd er nog meer door vervaagd.
Cassette rubriek Dolby
De rubriek Dolby in muziekblad Vinyl, onder redactie van Oscar Smit, vormde eveneens een belangrijke aanjager van de DIY-scene. Tot 1986 werden hierin maandelijks de nieuwste nationale en internationale cassettes besproken. Een vermelding in Dolby betekende voor zelftapers en muzikanten een flinke stimulans, omdat zij zo een groter publiek konden bereiken. Daarmee groeide Dolby uit tot een belangrijke ontmoetingsplaats voor de cassettescene.
Het overzicht van labels in de dertiende editie van Vinyl (april 1982), inspireerde Frans de Waard om jaarlijks een cassettecatalogus samen te stellen en te verspreiden. Het maakte hem – muzikant, schrijver, labeleigenaar en medewerker in Staalplaat – tot één van de sleutelfiguren in de Nederlandse cassettecultuur.
Andere cassettecultuur aanjagers
Ook de latere dancepionier Eddy de Clercq bood mensen zonder onderscheid een eigen podium en combineerde de DIY-geest met democratische programmering. In nachtclub De Koer (een voorloper van de Roxy) organiseerde hij regelmatig “De Zelfkant Van De Cassette”1,2 : een avond waarbij bezoekers werden uitgenodigd om eigengemaakte demo’s, gedichten, geluidscollages of gewoon hun favoriete muziek te laten horen. Maar minstens zo belangrijk als de genoemde aanjagers zijn de vele cassettelabels die ontstonden. Exart, Trumpett, Ding Dong en Kubus Kassettes – om er maar een paar te noemen. Ze verstevigden het netwerk van huiskamercomponisten, waar ook de Staalplaat winkel in Amsterdam een belangrijke rol in speelde.
Heb jij uitzendingen van De Radiola Improvisatie Salon bewaard? Was je een zelftaper en heb je een verhaal te vertellen? Of heb je cassettes waar je niets meer mee doet en die liggen te verstoffen? Neem contact met ons op! Wij zorgen ervoor dat deze tapes en opnames zorgvuldig worden bewaard en hun verdiende plek krijgen in de muziekgeschiedenis.