Televisieregisseur. Geluidstechnicus. Fotograaf. Documentairemaker. Muzikant. Plak er maar een sticker op! Eric Blom creëert graag – ik denk dat dat hem het beste typeert. Ook voor hem was het cassettebandje hét laagdrempelige middel om zich aan de wereld te laten horen. De cassette Sound & Stereo: Een Geluidstapijt Door Iric Blom, die na veertig vergeten jaren weer gevonden werd in een lade, vormde voor Eric de aanleiding om mij over zijn muzikale pad te vertellen.
Dit is de cassette van Iric Blom, samengesteld in 1984. Met op de A-zijde twaalf Nederlandstalige liedjes met een lekker authentiek new wave geluid, die zo rond 1983 op band zijn gezet. Op de B-zijde zijn achttien soundscapes uit de jaren daarvoor te beluisteren.
Klik op play en luister mee tijdens het lezen.
Eric: “The Beatles maakten met hun 4-track Studer J37 recorder Tomorrow Never Knows: voor mij hét hoogtepunt uit hun repertoire. De viersporenrecorder op mijn logeerkamer aan de Rapenburg (Amsterdam) was een TEAC Portastudio, die net betaalbaar was geworden. Ik kocht ook een Juno 6 synthesizer en begon te experimenteren met geluid.”
De droom
Er gingen veel jaren vooraf aan de experimenteerdrang met de Portastudio. Jaren waarin Eric (1958) als tiener eigenlijk maar één droom had: popster worden. Dat begon op zijn veertiende, toen hij een gitaar bij het vuilnis vond. “Bij ons thuis werd veel muziek gedraaid, maar mijn eigen werk werd in die beginjaren niet zo gewaardeerd door mijn vader. Hij stormde soms woedend mijn kamer binnen om de stekker van de bandrecorder uit het stopcontact te trekken.”
Vanaf zijn zestiende speelde hij in diverse bandjes, vooral gitaarmuziek. Rock in de stijl van The Rolling Stones, Status Quo en The Who. “Popster worden, de wereld rond toeren en omringd worden door groupies in veel te grote hotelkamers – dat was het doel.”
Die tijd was een broedplaats van talent. Erics eerste band was Doomsday, met daarin ook de latere topproducer Attie Bauw en Coka-zanger Paul Janszen. Hij speelde met Martin Bakker (bekend van onder meer Gruppo Sportivo en The Nits) en zat kortstondig met toekomstig operazanger Henk Poort in Murugan.
“Over m’n band Swash (met Attie, Hans Teuling, Paul en Hessel ‘Uit Je Bol’ Janszen) schreef Jan Mom een lovende recensie, met als kop Inzet Troef. Ik werd erin op het schild gehesen als een goede showman die ook nog aardig kon zingen, maar ondanks mijn lange David Cassidy-kapsel is die droom nooit uitgekomen.”

Sound-on-Sound
“Goed muziek opnemen was toen best ingewikkeld, en geld voor een studio was er nauwelijks. Twee demo’s opnemen in de oefenruimte van de Bintangs was dan ook een buitenkans. Drummer Harry Schierbeek kwam ons zelfs ophalen. We lagen achterin zijn tweedehands lijkwagen, tussen de kratten bier.
Gitarist Otto was zo zenuwachtig dat hij liever op minder snaren speelde en zich mijn basgitaar toe-eigende. Ik speelde daardoor gitaar op de twee nummers, die waren geïnspireerd op de reggae van Cherry Oh Baby van Stones album Black & Blue.” De steenkolen-Engelse tekst die Eric met een Prisma-woordenboek schreef voor het nummer The Music verraadt veel over de gevoelswereld van de pubers van City Light:
I went to school, as un uneducated fool. They try to teach my how to live, but now I feel worse than before. The music, I love the music. It makes me feel so free.
Tussen “het strontvervelende huiswerk” door verdiende Eric geld als krantenbezorger, waarmee hij een betere gitaar en Sony-bandrecorder kocht. Hij bekwaamde zich meer en meer in de sound-on-sound opnametechniek en voelde zich tegelijk Les Paul en Lee ‘Scratch’ Perry. Eric: “Voor een ritmebox had ik in die jaren nog geen geld, dus voor de beats maakte ik gebruik van de elpee Speel thuis mee met slagwerk en rhythm box van Kayak drummer Pim Koopman. De uitdaging daarbij was het verlengen van de drumtracks, die op plaat maar drie minuten duurden, terwijl ik voor sommige liedjes meer tijd nodig had. Dat leverde wonderlijke overgangen op.
Helaas is de muziek uit die tijd verdwenen, al komen er sinds mijn pensioengerechtigde leeftijd af en toe weer flarden van terug in mijn hoofd.”

Iric Blom: de soundscapes
“Begin jaren tachtig was ik televisiebelichter bij de NOS. De Lachende Scheerkwast van Wim T. Schipper was leuk om te doen, maar Nederland Muziekland, Toppop en Op Volle Toeren? Dat was een wereld die totaal niet bij mij paste. Ik was altijd weer blij om thuis te komen en zelf muziek te maken. Tin Drums van Japan, Computerwelt van Kraftwerk en vooral My Life In The Bush Of Ghosts van Brian Eno en David Byrne waren in die tijd grote inspiratiebronnen.
Tot diep in de nacht was ik bezig met gitaren, synthesizers en mijn Portastudio. Experimenten schuwde ik niet: microfoons uit het raam hangen, three-speaker setups en meer van dat soort dingen. De achttien soundscapes op het cassettebandje zijn er een mooi voorbeeld van.”
Iric Blom: nederwave liedjes
“Het was een vreemde tijd. Grote protesten tegen kruisraketten op het Museumplein, waar ik voor mijn tv-werk bij aanwezig was. Een No Future periode, waarin mijn vriendin me ook nog eens totaal onverwachts verliet. Ik was diep onder de indruk van Het Goede Doel en nam het tijdsbeeld – en liters liefdesverdriet – mee in de Nederlandstalige liedjes die ik begon te schrijven.”
Waar ben je nu? Wat doe je nu? Ik wil graag weten hoe het met je gaat! Voel jij het ook, wat ik bedoel? Of hebben we nog niet genoeg gepraat? Ik wil je zien, liefst nog vandaag. Ik houd me in, het is een plaag. Principes zijn zo relatief, de liefde steelt maar als een dief.

“De cassette Sound & Stereo, samengesteld uit die liedjes en soundscapes, bracht ik in een kleine oplage van zo’n dertig stuks uit onder de naam Iric Blom. Dat vond ik wel artistiek. Maar iedereen sprak het uit als IERIC – en dat was natuurlijk weer niet de bedoeling.”
Bij Toppop zoekt Eric naar kansen om z’n muziek te pluggen. Alleen kletste Ad Visser liever over zijn eigen synthesizers en was Phil Collins vooral geïnteresseerd in drank om z’n kater te verzachten. Het lukt hem om Roxy Music gitarist Phil Manzanera een exemplaar van zijn cassette toe te stoppen, maar Eric verzucht: “Ik heb nooit iets van hem vernomen. Ik hoop maar dat hij het bandje heeft gerecycled voor een mixtape met zijn versie van Tomorrow Never Knows.”
En toen?
“Ik wilde gaan studeren aan de filmacademie. Voor mijn toelating stelde ik een nieuwe cassette samen: fragmenten uit Sound & Stereo, aangevuld met verhalen. Daarmee werd ik aangenomen als student geluid en nam ik ontslag bij de NOS. Docent Wim Verstappen adviseerde mij het jaar daarop om scenarioschrijver en regisseur te worden. Dat ben ik nog steeds.”
Je kunt wel stellen dat het cassettebandje het pad van mijn leven heeft bepaald!
In de jaren daarna regisseert Eric programma’s als Kinderen Voor Kinderen, Het Sinterklaasjournaal, Koefnoen, Het Klokhuis en Sesamstraat. Voor dat laatste programma ontvangt hij in 2010 de Gouden Stuiver, de Televizier-Ring voor jeugdproducties. Daarnaast maakte hij vele documentaires zoals Rouwen En Leven: over de MH-17 ramp.
Muziek is nooit ver weg. 25 Jaar Rowwen Heze, The Doors In Amsterdam, FOSKO! Van Iets Maken Word Je Blij en dit jaar nog New Wave Achter Het IJzeren Gordijn. Zelf blijft Eric ook muziek maken, onder meer in de band Kafblau.
Cassettecultuur
Hierboven staat een filmpje dat Eric maakte over Kafblau, waarin te zien is hoe de band hun cassettes ‘aan de man’ probeerde te brengen. Het is misschien wel het mooiste voorbeeld van dat proces: een archetypisch reportage waarin elke muzikant uit de eighties zich zal herkennen. “Twee maanden later zijn elf bandjes teruggekomen. Vijf van de elf zijn nooit beluisterd; het lijmzegel (dat de band heel klein en doelbewust had aangebracht, red) is nog intact. Maar wel luidt het bijbehorende briefje dat de platenfirma na intensieve beluistering heeft besloten toch maar niet met Kafblau in zee te gaan.” Ondanks alles lukt het Kafblau uiteindelijk om een kleine, enthousiaste platenmaatschappij te vinden: Munich Records. In 1988 verschijnt Music For Supermarkets – een titel die, zo vermoed ik, door Eric als Brian Eno-adept is bedacht.
Op het podium staan zoals Adrian Belew; die ambitie heeft Eric de laatste decennia losgelaten. In plaats daarvan keerde hij terug naar het thuiscomponeren, waar zijn soundscapes langzaam veranderden in filmmuziek. Onder de naam Bear Project bracht hij inmiddels bijna tien albums uit, waaronder muziek voor de film Planet Soil.
Eric: “Veertig jaar na dat ene cassettebandje heb ik een complete studio in mijn laptop zitten. Nu kan ik overal muziek maken; wat ik het liefste doe. Het heeft me altijd vergezeld en plezier gebracht.” Mijmerend voegt hij toe: “Mijn nieuwe plaat gaat waarschijnlijk AudioBiography heten. Daarop maak ik met gastmuzikanten nieuwe muziek waarin we ook cassetteopnames verwerken, onder meer van oude antwoordapparaatbandjes.”
Hilarisch: als dan na al die jaren een gemist terugbelverzoek van Phil Manzanera opduikt. Over levensbepalend gesproken 😉

De muziek van Iric Blom is ook te beluisteren op het YouTube kanaal van Diggin’ Demos. Detailinformatie en foto’s van de cassette? Kijk daarvoor op Discogs. Nieuwe muziek van Eric is op Spotify te vinden, zoals Suburb Music of z’n Bear Project. Voor meer creatieve uitingen, waaronder documentaires en muziekvideo’s, kun je het beste grasduinen op zijn website.
Marco van Dalfsen wou archeoloog worden, maar dat liep allemaal wat anders. Lees hier meer over de zijn drijfveren en volg Diggin’ Demos op Facebook.
Heb jij thuis demo’s(1), die liggen te verstoffen en waar je niets meer mee doet? Of heb je zelf een demo gemaakt? Je kunt ze doneren of verkopen aan het demoarchief. Ik zal ervoor zorgen dat jouw demotapes goed worden bewaard en hun verdiende plekje krijgen in de muziekgeschiedenis.





Goed en zeer herkenbaar verhaal!
Bedankt, Erik!
Dank Marco. Het is heel bijzonder om een deel van mijn muzikale leven terug te lezen en te luisteren. Het zat in een vergeten lade en in de spelonken in mijn hoofd.